1. **Stel het probleem vast:**
We hebben drie winkels: supermarkt (S), apotheek (A) en boekhandel (B).
Ze ontvangen samen 112 leveringen per week.
De supermarkt ontvangt 3 keer zoveel leveringen als de boekhandel: $S = 3B$.
De apotheek ontvangt 4 keer zoveel leveringen als de supermarkt: $A = 4S$.
We willen weten hoeveel leveringen de apotheek meer ontvangt dan de supermarkt: $A - S$.
2. **Formule opstellen:**
De totale leveringen zijn $A + S + B = 112$.
Vervang $A$ en $S$ in termen van $B$:
$$A + S + B = 112$$
$$4S + S + B = 112$$
Maar $S = 3B$, dus:
$$4(3B) + 3B + B = 112$$
3. **Vereenvoudigen:**
$$12B + 3B + B = 112$$
$$16B = 112$$
4. **Oplossen voor $B$:**
$$B = \frac{112}{16}$$
$$B = 7$$
5. **Bereken $S$ en $A$:**
$$S = 3B = 3 \times 7 = 21$$
$$A = 4S = 4 \times 21 = 84$$
6. **Bereken het verschil $A - S$:**
$$A - S = 84 - 21 = 63$$
**Antwoordzin:**
De apotheek ontvangt wekelijks 63 leveringen meer dan de supermarkt.
Leveringen Verschil 06009C
Step-by-step solutions with LaTeX - clean, fast, and student-friendly.