Subjects algebra

Pythagoras Oefenen 808Cea

Step-by-step solutions with LaTeX - clean, fast, and student-friendly.

Use the AI math solver

1. We gaan oefenen met de stelling van Pythagoras, die zegt dat in een rechthoekige driehoek de som van de kwadraten van de lengtes van de twee rechthoekszijden gelijk is aan het kwadraat van de lengte van de schuine zijde. 2. De formule is: $$a^2 + b^2 = c^2$$ waarbij $a$ en $b$ de lengtes van de rechthoekszijden zijn en $c$ de lengte van de schuine zijde. 3. Stel dat we een driehoek hebben met zijden $a = 3$ en $b = 4$, en we willen $c$ vinden. 4. Vul de waarden in de formule in: $$3^2 + 4^2 = c^2$$ 5. Bereken de kwadraten: $$9 + 16 = c^2$$ 6. Tel op: $$25 = c^2$$ 7. Neem de vierkantswortel van beide kanten: $$c = \sqrt{25}$$ 8. Dit geeft: $$c = 5$$ 9. Dus de schuine zijde is 5. Dit is een basisvoorbeeld van de stelling van Pythagoras.