1. **Stel het probleem vast:** We willen de richtingsgetallen (richtingsvector) van de rechte $f$ vinden, gegeven in parametervergelijking:
$$f : \begin{cases} x = 1 + 2k \\ y = 10 + 3k \\ z = 5 + 3k \end{cases}$$
2. **Wat zijn richtingsgetallen?**
Richtingsgetallen zijn de coëfficiënten van de parameter $k$ in de parametervergelijking van een rechte. Ze geven de richting van de rechte aan.
3. **Hoe haal je ze eruit?**
Kijk naar de termen die vermenigvuldigd worden met $k$ in elke vergelijking:
- Voor $x$: $1 + \mathbf{2}k$ → richtingsgetal is $2$
- Voor $y$: $10 + \mathbf{3}k$ → richtingsgetal is $3$
- Voor $z$: $5 + \mathbf{3}k$ → richtingsgetal is $3$
4. **Conclusie:**
De richtingsvector van de rechte $f$ is:
$$\vec{r} = \begin{pmatrix} 2 \\ 3 \\ 3 \end{pmatrix}$$
Dit betekent dat de rechte in de richting van de vector $(2,3,3)$ loopt.
5. **Extra tip:**
Als je de parametervergelijking hebt in de vorm $x = x_0 + at$, $y = y_0 + bt$, $z = z_0 + ct$, dan zijn de richtingsgetallen altijd $(a,b,c)$.
Richtingsgetallen Rechte F E1E1B5
Step-by-step solutions with LaTeX - clean, fast, and student-friendly.