1. **Stel het probleem vast:** We willen de waarden van $p$ vinden waarvoor de vectoren $\overrightarrow{A}$ en $\overrightarrow{B}$ loodrecht op elkaar staan.
2. **Belangrijke regel:** Twee vectoren zijn loodrecht (orthogonaal) als hun inwendige product (dot product) nul is:
$$\overrightarrow{A} \cdot \overrightarrow{B} = 0$$
3. **Gegeven vectoren:**
$$\overrightarrow{A} = (p - 1, -3 - p)$$
$$\overrightarrow{B} = (p, 1)$$
4. **Bereken het inwendige product:**
$$\overrightarrow{A} \cdot \overrightarrow{B} = (p - 1) \cdot p + (-3 - p) \cdot 1$$
5. **Werk de uitdrukking uit:**
$$= p^{2} - p - 3 - p = p^{2} - 2p - 3$$
6. **Stel de vergelijking op:**
$$p^{2} - 2p - 3 = 0$$
7. **Los de kwadratische vergelijking op:**
Gebruik de ontbinding in factoren:
$$p^{2} - 2p - 3 = (p - 3)(p + 1) = 0$$
8. **Vind de oplossingen:**
$$p - 3 = 0 \Rightarrow p = 3$$
$$p + 1 = 0 \Rightarrow p = -1$$
**Conclusie:** De vectoren $\overrightarrow{A}$ en $\overrightarrow{B}$ zijn loodrecht als $p = 3$ of $p = -1$.
Vector Orthogonaliteit 7B1Ddc
Step-by-step solutions with LaTeX - clean, fast, and student-friendly.