Subjects rekenen

Delen En Vermenigvuldigen 0091Ef

Step-by-step solutions with LaTeX - clean, fast, and student-friendly.

Use the AI math solver

1. Probleem: Jart heeft 12 bloemen en doet steeds 6 bloemen in een vaas. Hoeveel vazen kan hij vullen? 2. Formule: Het aantal vazen is gelijk aan het totaal aantal bloemen gedeeld door het aantal bloemen per vaas. $$\text{Aantal vazen} = \frac{\text{Totaal bloemen}}{\text{Bloemen per vaas}}$$ 3. Berekening: $$\frac{12}{6} = \cancel{\frac{12}{6}} = 2$$ Jart kan 2 vazen vullen. 4. Probleem: In een pakje zitten 5 pennen. Je wilt 20 pennen kopen. Hoeveel pakjes koop je? 5. Formule: Het aantal pakjes is gelijk aan het totaal aantal pennen gedeeld door het aantal pennen per pakje. $$\text{Aantal pakjes} = \frac{\text{Totaal pennen}}{\text{Pennen per pakje}}$$ 6. Berekening: $$\frac{20}{5} = \cancel{\frac{20}{5}} = 4$$ Je moet 4 pakjes kopen. 7. Probleem: Farah heeft 12 boeken. Ze maakt stapels van 4 boeken. Hoeveel stapels kan ze maken? 8. Formule: Het aantal stapels is gelijk aan het totaal aantal boeken gedeeld door het aantal boeken per stapel. $$\text{Aantal stapels} = \frac{\text{Totaal boeken}}{\text{Boeken per stapel}}$$ 9. Berekening: $$\frac{12}{4} = \cancel{\frac{12}{4}} = 3$$ Farah kan 3 stapels maken. 10. Probleem: Je moet 40 euro betalen. Hoeveel briefjes van 10 euro heb je nodig? 11. Formule: Het aantal briefjes is gelijk aan het totaal bedrag gedeeld door de waarde per briefje. $$\text{Aantal briefjes} = \frac{\text{Totaal bedrag}}{\text{Waarde per briefje}}$$ 12. Berekening: $$\frac{40}{10} = \cancel{\frac{40}{10}} = 4$$ Je hebt 4 briefjes nodig. 13. Probleem: Kok Dean heeft 15 paprika's nodig. Hoeveel bakjes van 3 koopt hij? 14. Formule: Het aantal bakjes is gelijk aan het totaal aantal paprika's gedeeld door het aantal paprika's per bakje. $$\text{Aantal bakjes} = \frac{\text{Totaal paprika's}}{\text{Paprika's per bakje}}$$ 15. Berekening: $$\frac{15}{3} = \cancel{\frac{15}{3}} = 5$$ Dean koopt 5 bakjes. 16. Probleem: Je tekent 25 cirkels. Hoeveel rijen van 5 teken je? 17. Formule: Het aantal rijen is gelijk aan het totaal aantal cirkels gedeeld door het aantal cirkels per rij. $$\text{Aantal rijen} = \frac{\text{Totaal cirkels}}{\text{Cirkels per rij}}$$ 18. Berekening: $$\frac{25}{5} = \cancel{\frac{25}{5}} = 5$$ Je tekent 5 rijen. 19. Probleem: Lars wil 70 kaarsen kopen. In elk pak zitten 10 kaarsen. Hoeveel pakken koopt hij? 20. Formule: Het aantal pakken is gelijk aan het totaal aantal kaarsen gedeeld door het aantal kaarsen per pak. $$\text{Aantal pakken} = \frac{\text{Totaal kaarsen}}{\text{Kaarsen per pak}}$$ 21. Berekening: $$\frac{70}{10} = \cancel{\frac{70}{10}} = 7$$ Lars koopt 7 pakken. 22. Probleem: Kim heeft 9 hondensnoepjes. Ze verdeelt ze over haar 3 honden. Hoeveel snoepjes krijgt elke hond? 23. Formule: Het aantal snoepjes per hond is gelijk aan het totaal aantal snoepjes gedeeld door het aantal honden. $$\text{Snoepjes per hond} = \frac{\text{Totaal snoepjes}}{\text{Aantal honden}}$$ 24. Berekening: $$\frac{9}{3} = \cancel{\frac{9}{3}} = 3$$ Elke hond krijgt 3 snoepjes. 25. Probleem: 24 kinderen gaan mee op schoolreisje. Er kunnen 4 kinderen in iedere auto. Hoeveel auto's zijn er nodig? 26. Formule: Het aantal auto's is gelijk aan het totaal aantal kinderen gedeeld door het aantal kinderen per auto. $$\text{Aantal auto's} = \frac{\text{Totaal kinderen}}{\text{Kinderen per auto}}$$ 27. Berekening: $$\frac{24}{4} = \cancel{\frac{24}{4}} = 6$$ Er zijn 6 auto's nodig. 28. Probleem: Bart heeft 30 euro. Elk shirt kost 5 euro. Hoeveel shirts kan hij kopen? 29. Formule: Het aantal shirts is gelijk aan het totaal bedrag gedeeld door de prijs per shirt. $$\text{Aantal shirts} = \frac{\text{Totaal bedrag}}{\text{Prijs per shirt}}$$ 30. Berekening: $$\frac{30}{5} = \cancel{\frac{30}{5}} = 6$$ Bart kan 6 shirts kopen.