1. **Stel het probleem vast:** Paula moet haar auto 50 minuten parkeren. We moeten bepalen in welke garage zij het voordeligst uit is en wat het prijsverschil is.
2. **Bekijk de gegeven tarieven:**
- Pleingarage kost € ... per tijdseenheid (de exacte prijs moet uit de tabel komen).
- Stationsgarage kost € ... per tijdseenheid.
3. **Bereken de kosten voor 50 minuten parkeren:**
Als de prijs per minuut of per tijdseenheid bekend is, gebruik dan de formule:
$$\text{Kosten} = \text{prijs per tijdseenheid} \times \text{aantal tijdseenheden}$$
4. **Bereken het prijsverschil:**
$$\text{Prijsverschil} = |\text{Kosten Pleingarage} - \text{Kosten Stationsgarage}|$$
---
**Opgave a:**
1. **Probleem:** Hoeveel kinderen kozen voor een hond?
2. **Gegeven:**
- Jongens bovenbouw: aantal kinderen x 10
- Meisjes bovenbouw: aantal kinderen x 10
- Jongens onderbouw: aantal kinderen x 10
- Meisjes onderbouw: aantal kinderen x 10
3. **Bereken het totaal aantal kinderen dat voor een hond koos:**
Tel alle aantallen voor hond bij alle groepen op.
4. **Formule:**
$$\text{Totaal hond} = \sum \text{aantal kinderen per groep}$$
5. **Vul de aantallen in en tel op:**
Bijvoorbeeld, als de aantallen zijn 5, 10, 3, 2 (x10 kinderen), dan:
$$\text{Totaal hond} = (5 + 10 + 3 + 2) \times 10 = 20 \times 10 = 200$$
---
**Samenvatting:**
- Bereken parkeerkosten voor 50 minuten in beide garages.
- Kies de garage met de laagste kosten.
- Bereken het prijsverschil.
- Tel het totaal aantal kinderen dat voor een hond koos uit de tabel.
**Let op:** De exacte getallen uit de tabel zijn nodig om de berekeningen af te maken.
Parkeren En Enquete 31039B
Step-by-step solutions with LaTeX - clean, fast, and student-friendly.