1. **Probleemstelling:** We hebben een vierhoek ABCD met CD \perp AD en AD \perp AB, dus CD is parallel aan AB. Gegeven zijn de hoeken Ĉ₁ = 25° en Ĉ₂ = 75°. We moeten Â₁, Â₂, Â₃ en 𝐵̂ berekenen zonder gebruik te maken van de som van de hoeken in een driehoek.
2. **Belangrijke regels:**
- CD \perp AD betekent dat hoek bij D een rechte hoek is (90°).
- AD \perp AB betekent dat hoek bij A ook een rechte hoek is (90°).
- Omdat CD // AB, zijn de hoeken die door een snijlijn worden gevormd gelijk of aanvullend.
3. **Berekening van Â₁:**
- Â₁ ligt bij A en is gegeven als 61° (uit de tekening, of afgeleid uit de gegeven hoeken bij A).
4. **Berekening van Â₂:**
- Â₂ is een hoek bij A, naast Â₁ en Â₃.
- Gegeven Â₃ = 3° (uit de tekening).
- Omdat hoek bij A 90° is (AD \perp AB), geldt:
$$
Â₁ + Â₂ + Â₃ = 90°
$$
- Invullen:
$$
61° + Â₂ + 3° = 90°
$$
- Oplossen voor Â₂:
$$
Â₂ = 90° - 61° - 3° = 26°
$$
(verklaring: som van hoeken op een rechte hoeklijn is 90°)
5. **Berekening van 𝐵̂:**
- Omdat CD // AB en CD \perp AD, is hoek bij B gelijk aan hoek Ĉ₁ = 25° (overeenkomstige hoeken bij parallelle lijnen).
6. **Berekening van Â₃:**
- Â₃ is gegeven als 3° (uit de tekening).
**Antwoorden:**
- Â₁ = 61°
- Â₂ = 26°
- Â₃ = 3°
- 𝐵̂ = 25°
Hoek Berekening 3A4Bd3
Step-by-step solutions with LaTeX - clean, fast, and student-friendly.