Subjects

📘 meetkunde

Step-by-step solutions with LaTeX - clean, fast, and student-friendly.

Use the AI math solver

Translatie Punten 5874E8
1. **Stel het probleem vast:** We hebben een punt P(−a, 2) en zijn beeldpunt P′(3, −4) na een translatie met vector $\begin{pmatrix} a \\ b \end{pmatrix}$. We moeten $a$ en $b$ bep
Hoogte H 03Cc07
1. **Probleemstelling:** We willen de hoogte $h$ van het trapezium aangeven op de afbeelding. 2. **Herinnering:** $h$ is de hoogte van het trapezium onder de diagonaal, bepaald met
Oppervlakte Trapezium Ce26D6
1. **Probleemstelling:** We hebben twee vierkanten naast elkaar met zijden 2 dm en 3 dm. We willen de oppervlakte van het gearceerde trapezium onder de diagonaal van de linkeronder
Hoek A Gelijk 142987
1. **Stel het probleem vast:** We hebben twee driehoeken \(\triangle ABC\) en \(\triangle ADE\) die volgens de gegeven informatie gelijkvormig zijn, \(\triangle ABC \sim \triangle
Gelijkvormige Driehoeken C8A12E
1. **Stel het probleem vast:** We moeten bewijzen dat driehoek ABC gelijkvormig is met driehoek ADE. 2. **Formule en regels:** Twee driehoeken zijn gelijkvormig als hun overeenkoms
Totale Oppervlakte 705Be1
1. **Probleemstelling:** Bereken de totale oppervlakte van de woning met een rechthoekige plattegrond. 2. **Gegeven:**
Oppervlakte Balken C8Cbe7
1. **Stel het probleem vast:** We hebben twee gelijkvormige balken. De gelijkvormigheidsfactor van de grootste balk ten opzichte van de kleinste balk is 4. 2. **Gegeven:**
Omtrek Driehoek 8946De
1. **Stel het probleem vast:** We hebben twee gelijkvormige driehoeken $\triangle ABC \sim \triangle DEF$ met gegeven zijden $|AB|=8$, $|BC|=4$, $|DE|=4$ en $|DF|=10$. We moeten de
Vierhoek Efgh 9F1365
1. **Stel het probleem vast:** We hebben een vierhoek EFGH met gegeven zijden en hoeken: FG = 5 cm, GH = 4 cm, \(\angle G = 90^\circ\), \(\angle H = 90^\circ\), en \(\angle E = 70^
Schuine Zijde Ac3849
1. Het probleem: We hebben een zijde EF die schuin is. 2. In geometrie betekent een schuine zijde meestal dat deze niet horizontaal of verticaal is, maar onder een hoek staat.
Hoek E 70 Graden 1Da396
1. Het probleem: We hebben een hoek $e$ die $70^\circ$ is en we willen begrijpen wat dit betekent in de context van het probleem. 2. Belangrijk om te weten: Een hoek van $70^\circ$
Zijde X Hoek Alpha 031555
1. **Probleemstelling:** We moeten de lengte van zijde $x$ in driehoek $JNA$ berekenen, waarbij $JN = x$, $NA = 4$, en hoek $A = 72^\circ$ met een rechte hoek bij $N$.
Rechthoek Omtrek Oppervlakte Ea95Ba
1. **Stel het probleem vast:** We hebben een rechthoek met een breedte van 5 cm en een lengte die dubbel zo lang is als de breedte.
Kruisende Lijnen 3D8E60
1. **Stel het probleem vast:** We hebben een prisma met vier lijnen (a, b, c, d) getekend op de ribben. 2. **Begrijp wat kruisende lijnen zijn:** Twee lijnen zijn kruisend als ze n
Hoeken Vlieger Cb4D18
1. We hebben een vlieger ABCD met gegeven hoeken $\angle A = 130^\circ$ en $\angle C = 36^\circ$. 2. In een vlieger zijn de overstaande hoeken tussen ongelijke zijden gelijk, dus $
Hoeken Driehoeken A2Ce60
1. Gegeven dat ΔABC gelijkzijdig is, zijn alle hoeken gelijk aan 60°. 2. Dus, hoek B̂ = 60°.
Hoeken Gelijkbenige 9F10Fc
1. **Stel het probleem vast:** We hebben een gelijkbenige driehoek $\triangle ABC$ met $\hat{A}$ als tophoek. 2. **Gegeven:** $\hat{C} = 2 \cdot \hat{A}$.
Hoeken Gelijkbenige 48Fe5A
1. **Stel het probleem vast:** We hebben een gelijkbenige driehoek $\triangle ABC$ met $\hat{A}$ als tophoek. We moeten de ontbrekende hoeken berekenen gegeven: a) $\hat{B} = \hat{
Gelijkbenige Hoeken F67404
1. Probleem: Bereken de hoeken Ĥ en Î in de gelijkbenige driehoek ΔGHI als Ĝ = 122°. 2. Regel: In een driehoek is de som van de hoeken altijd $$180^\circ$$.
Gelijkzijdige Driehoek 284090
1. **Stel het probleem vast:** We moeten bewijzen dat een driehoek gelijkzijdig is (alle zijden gelijk) als en slechts als alle drie de hoeken gelijk zijn. 2. **Formule en regels:*
Driehoek Vierkant Type 7466F8
1. De vraag is: Wat voor soort driehoek of vierkant kan het zijn als het niet gelijkzijdig is? 2. Een gelijkzijdige driehoek heeft alle zijden gelijk, en een vierkant heeft ook all