📘 meetkunde
Step-by-step solutions with LaTeX - clean, fast, and student-friendly.
Oppervlakte Verhouding 449F13
1. **Stel het probleem vast:** We hebben een cirkel met straal $5$ en willen de verhouding tussen de oppervlaktes van de grootste driehoek en de grootste vierhoek die volledig binn
Omtrek Vijfhoek 96F2E0
1. **Stel het probleem vast:**
We moeten de omtrek van een vijfhoek berekenen met gegeven zijden: $BA = 3,3$, $AE = 5,5$, $ED = 5,5$, $DC = 6,5$, en $CB = a$.
Omtrek Vijfhoek 2Ae7Bc
1. **Stel het probleem vast:** We moeten de omtrek van een vijfhoek berekenen waarvan één zijde 6,5 cm is.
2. **Formule voor omtrek:** De omtrek van een veelhoek is de som van de l
Inhoud Prisma E7C2D4
1. **Stel het probleem vast:** We moeten de inhoud van het prisma in figuur 8.14 berekenen met gegeven afmetingen: AE = 28 cm, AB = 16 cm, BC = 25 cm, GH = 24 cm, WV = 11 cm, AQ =
Oppervlakte Driehoeken D13A1C
1. **Stel het probleem vast:**
We moeten de oppervlakte berekenen van twee driehoeken: een rode en een blauwe.
Inversie Punten 558Aa3
1. **Stel het probleem vast:** We onderzoeken of het klopt dat als punt $P_2$ verder van de cirkel ligt dan de straal, het beeld $P'$ voorbij het middelpunt van de cirkel komt en d
Cirkelspiegeling Spiegelbeelden 1D2Cba
1. **Stel het probleem vast:** De vraag is of elk beeldpunt $p'$ van een cirkelspiegeling twee verschillende spiegelbeelden $p_1$ en $p_2$ op een rechte heeft.
2. **Herinner de def
Cirkelspiegeling Beelden 7834F5
1. **Stel het probleem vast:** We onderzoeken cirkelspiegeling, een reflectie van punten ten opzichte van een cirkel.
2. **Wat is cirkelspiegeling?**
Omtrek Vierkantjes Eeba62
1. **Stel het probleem vast:** We moeten de omtrek berekenen van een figuur die bestaat uit veel kleine vierkantjes op een rooster.
2. **Bepaal de afmetingen van elk vierkantje:**
Omtrek Figuur C3C4Bf
1. **Stel het probleem vast:** We hebben een figuur op een rooster waarbij 1 hokje gelijk is aan 2 cm bij 2 cm.
2. **Bepaal de omtrek:** De omtrek is de totale lengte van alle zijd
Hoogte Gelijkzijdig 84A3Ec
1. Het probleem: We hebben een driehoek waarbij alle zijden 30 zijn, en we willen de hoogte berekenen.
2. Formule: In een gelijkzijdige driehoek is de hoogte $h$ te berekenen met d
Bal Diameter 4Efe7B
1. **Stel het probleem vast:** We hebben 15 snookerballen die precies in een gelijkzijdige driehoek passen met zijden van 30 cm. We moeten de diameter van één bal bepalen.
2. **Beg
Lijnen En Snijdpunten C4Fe6B
1. **Stel het probleem vast:** We onderzoeken de lijnen en lijnstukken in het gegeven assenstelsel met punten P(1,5), Q(1,1), S(6,4), en R(7,0).
2. **Vraag a:** Is in het assenstel
Gebogen Buis Lengte 7Af2D4
1. **Stel het probleem vast:** We moeten de totale lengte van een gebogen buis berekenen die bestaat uit twee rechte stukken van elk 300 mm en een halve cirkel met straal 100 mm.
2
Gebogen Buis Lengte 889592
1. **Stel het probleem vast:** We moeten de totale lengte van een gebogen buis berekenen die bestaat uit twee rechte segmenten en twee gebogen secties met een straal van 40 mm.
2.
Gebogen Buis Lengte F64F16
1. **Stel het probleem vast:** We moeten de totale lengte van een gebogen buis berekenen die bestaat uit twee rechte stukken van elk 300 mm en een halve cirkelbocht met een straal
Gebogen Buis Lengte A3Cd44
1. **Stel het probleem vast:**
We moeten de totale gestrekte lengte van een gebogen buis berekenen die bestaat uit drie rechte stukken en twee bochten met straal 60 mm.
Maantjes Hippocrates 55Db58
1. **Stel het probleem vast:** We moeten aantonen dat een rechthoekige gelijkbenige driehoek gekwadreerd kan worden, oftewel dat er een vierkant bestaat met dezelfde oppervlakte al
Hoogte Piramide 781521
1. **Stel het probleem vast:**
We hebben een piramide ABCD.T met een vierkant grondvlak ABCD, waarbij elke zijde 10 m is.
Hoek Berekenen 065Dc3
1. Probleemstelling: We hebben een vierhoek ABCD waarbij CD \perp AD en AD \perp AB, dus CD is parallel aan AB. Gegeven zijn de hoeken Ĉ_1 = 25^\circ en Ĉ_2 = 75^\circ. We moeten Â
Hoek Berekening 3A4Bd3
1. **Probleemstelling:** We hebben een vierhoek ABCD met CD \perp AD en AD \perp AB, dus CD is parallel aan AB. Gegeven zijn de hoeken Ĉ₁ = 25° en Ĉ₂ = 75°. We moeten Â₁, Â₂, Â₃ en